ECLI:NL:CRVB:2011:BR0148
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde voortzetting WAO-uitkering ondanks medische klachten
Appellant, sinds 1993 arbeidsongeschikt verklaard met een WAO-uitkering van 15 tot 25%, betwistte het besluit van het UWV om zijn uitkering ongewijzigd voort te zetten. Hij voerde aan dat zijn rug-, schouder- en duizeligheidsklachten onvoldoende zijn meegenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld.
De Raad concludeerde na zorgvuldige beoordeling van de medische rapportages, waaronder die van bezwaarverzekeringsarts Kreté, dat de beperkingen van appellant niet waren onderschat en dat de nieuwe medische stukken geen aanleiding gaven tot aanpassing van de FML. Ook de vaststelling van het maatmaninkomen werd door de Raad onderschreven.
De Raad vond de geschiktheid van appellant voor de relevante functies voldoende onderbouwd en wees het verzoek tot benoeming van een deskundige af. Gezien deze overwegingen werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de WAO-uitkering wordt ongewijzigd voortgezet.