ECLI:NL:CRVB:2011:BR0381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op eigen verzoek
Appellant, voormalig rechercheur, verzocht eervol ontslag vanwege vermeende onmogelijkheid zijn werk uit te voeren en psychische klachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde een WW-uitkering toe te kennen omdat appellant verwijtbaar werkloos was geworden door ontslag op eigen verzoek zonder noodzakelijke reden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant onvoldoende pogingen had gedaan om werkloosheid te voorkomen, zoals het niet aangaan van een outplacementtraject en het niet voeren van overleg over re-integratie. Medische stukken ter onderbouwing van psychische ongeschiktheid werden onvoldoende geacht.
In hoger beroep stelde appellant dat hij geestelijk de weg kwijt was, maar de Raad vond geen voldoende medische onderbouwing. Getuigenverklaringen ondersteunden het standpunt van verwijtbare werkloosheid. De Raad concludeerde dat appellant verwijtbaar werkloos was en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid.