ECLI:NL:CRVB:2011:BR0418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemelde Duitse kinderbijslag
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder en had de verplichting om ontvangen inkomsten, waaronder Duitse kinderbijslag, te melden. Het College van burgemeester en wethouders van Maastricht herzag de bijstand over de periode november 2002 tot augustus 2006 en vorderde een bedrag van €6.956,42 terug wegens niet gemelde kinderbijslag.
De rechtbank had het beroep van appellante deels gegrond verklaard vanwege onvoldoende inzicht in de hoogte van de terugvordering, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigt nu dat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden. De Raad oordeelt dat appellante had moeten weten dat de kinderbijslag van invloed was op haar bijstand en dat er geen dringende redenen zijn om van terugvordering af te zien.
De Raad wijst verder het beroep tegen het nieuwe terugvorderingsbesluit van 27 november 2009 af, omdat de berekening en motivering deugdelijk zijn. Appellante heeft onvoldoende onderbouwd dat het bedrag onjuist is en er zijn geen aanwijzingen voor disproportionele middelen of discriminatie door het College.
De Raad veroordeelt appellante niet in de proceskosten en verklaart het hoger beroep ongegrond, waarmee het College in het gelijk wordt gesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €6.956,42 wordt bevestigd.