ECLI:NL:CRVB:2011:BR0451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- E.J.M. Heijs
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen gezamenlijke huishouding bij weigering bijstandsuitkering na huisbezoek
Appellante verzocht bijstand als alleenstaande ouder, maar het College wees dit af omdat zij een gezamenlijke huishouding zou voeren met een ander persoon die op hetzelfde adres stond ingeschreven. Het College baseerde dit onder meer op een onaangekondigd huisbezoek en waarnemingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het huisbezoek zonder informed consent plaatsvond, wat een inbreuk op het huisrecht vormt. Desondanks mogen de bevindingen van het huisbezoek worden betrokken bij de beoordeling van het recht op bijstand.
De Raad stelde vast dat er onvoldoende feitelijke grondslag is voor wederzijdse zorg tussen appellante en de andere persoon, waardoor geen sprake is van een gezamenlijke huishouding. Daarom is het besluit tot weigering van bijstand onterecht en dient het College een nieuw besluit te nemen.
Het College wordt opgedragen binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek in het besluit te herstellen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 juni 2011.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding wordt vernietigd en het College krijgt opdracht een nieuw besluit te nemen.