ECLI:NL:CRVB:2011:BV0138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering bijstand wegens schending inlichtingenplicht en gezamenlijke huishouding
Appellante verzocht bijstand als alleenstaande ouder, maar het College weigerde deze op grond van het vermoeden van een gezamenlijke huishouding met een ander persoon in de relevante periode. De Raad oordeelde in een tussenuitspraak dat er onvoldoende bewijs was voor wederzijdse zorg, maar dat het College ten onrechte de aanvraag had afgewezen op die grond.
Na de tussenuitspraak verzocht het College appellante om aanvullende gegevens over haar financiële situatie en woonomstandigheden. Appellante gaf geen tijdige of volledige gegevens aan, ondanks een uitstelverzoek en meerdere verzoeken. Het College handhaafde daarom de afwijzing van de bijstand wegens schending van de wettelijke inlichtingenplicht.
Appellante stelde dat zij wel tijdig de gevraagde gegevens had verstrekt, maar kon dit niet aannemelijk maken. De Raad concludeerde dat de subsidiaire grondslag van het College, de schending van de inlichtingenplicht, standhoudt. De bijstand kon daarom niet worden vastgesteld. Het beroep tegen het besluit van 5 september 2011 werd ongegrond verklaard, terwijl het eerdere besluit van 2 juni 2008 werd vernietigd. Het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag werd afgewezen wegens schending van de inlichtingenplicht; het beroep tegen het latere besluit werd ongegrond verklaard.