ECLI:NL:CRVB:2011:BR0610
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering voorschotten WWB ondanks betwisting appellant
Appellant diende op 12 maart 2008 en 28 mei 2008 aanvragen om bijstand in bij het College van burgemeester en wethouders van Groningen. Voor deze aanvragen werden voorschotten verleend, maar de aanvragen zelf werden afgewezen. Het College vorderde vervolgens de verleende voorschotten terug.
Appellant maakte bezwaar tegen de terugvordering en stelde dat het College de voorschotten te lichtvaardig had verleend en dat er dringende redenen waren om af te zien van terugvordering, omdat hij destijds zonder middelen van bestaan was en afhankelijk van familie en vrienden. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat het College bevoegd was tot terugvordering op grond van artikel 58 WWB Pro en de gemeentelijke beleidsregels. De Raad oordeelde dat noch de hoogte van het bedrag, noch de persoonlijke omstandigheden van appellant voldoende aanleiding gaven om af te zien van terugvordering. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van voorschotten wordt bevestigd.