ECLI:NL:CRVB:2011:BR0645
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens voldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellant maakte bezwaar tegen een herzieningsbesluit van het UWV waarbij zijn WAO-uitkering per 13 oktober 2007 werd verhoogd van 15-25% naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundige onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. De bezwaarverzekeringsarts had ook de medische informatie van de orthopedisch chirurg betrokken en zag geen aanleiding om de beperkingen aan te scherpen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn rugklachten en hoge bloeddruk, en betwijfelde hij de onpartijdigheid van de door de Raad ingeschakelde deskundige vanwege diens betrokkenheid bij (na)scholing van UWV-verzekeringsartsen. De Raad stelde dat het oordeel van een onafhankelijke deskundige in principe wordt gevolgd en dat geen feiten of omstandigheden waren die daarvan afweken.
De deskundige had het dossier volledig bestudeerd en aanvullende onderzoeken laten verrichten door specialisten. Op basis daarvan achtte hij de beperkingen passend en vond hij de geselecteerde functies medisch verantwoord. De enkele stelling over de (na)scholing was onvoldoende om de onpartijdigheid te betwijfelen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.