ECLI:NL:CRVB:2011:BR0660
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- C.W.J. Schoor
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van herziening WAO-uitkering met ingang van 22 februari 2007
Appellante ontving een WAO-uitkering die door het UWV bij besluiten in 2003 en 2006 werd herzien en ingetrokken, waarna bezwaar en herroeping volgden. In een herbeoordeling op basis van het oude Schattingsbesluit (oSB) werd haar arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 80 tot 100% met ingang van 1 september 2008, later bij bezwaar gewijzigd naar 22 februari 2007.
Appellante betwistte deze ingangsdatum en stelde dat de herziening eerder, bijvoorbeeld per 1 januari 2004, had moeten plaatsvinden vanwege bijzondere omstandigheden en een vermeende toezegging van een eerdere herbeoordeling. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV geen verplichting had tot herkeuring in 2004 en dat de wettelijke regeling een vaste datum van 22 februari 2007 voorschrijft.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef deze overwegingen, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep van appellante af. De Raad stelde vast dat geen bewijs was van toezeggingen van het UWV voor een eerdere herzieningsdatum en dat appellante vrijstaat om een verzoek tot herziening te doen op basis van nieuwe medische feiten. Ook werd het beroep op strijd met het gelijkheidsbeginsel en andere fundamentele rechtsbeginselen verworpen.
De Raad wees verder op het verbod voor de rechter om formele wetstoepassingen aan algemene rechtsbeginselen te toetsen en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 7 juli 2011 door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering met ingang van 22 februari 2007 wordt bevestigd en het beroep van appellante wordt afgewezen.