ECLI:NL:CRVB:2011:BR0750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- O.L.H.W.I. Korte
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Herziening AOW-toekenning wegens duurzaam gescheiden leven ondanks gemeenschap van goederen
Appellant en zijn echtgenote zijn in 1965 gehuwd, gescheiden in 1993, en hertrouwd in 2006 in gemeenschap van goederen met het oog op erfrechtelijke voordelen. De Sociale Verzekeringsbank (SVB) kende appellant vanaf februari 2007 een AOW-pensioen toe met toeslag vanwege een jongere partner. Appellant meldde in december 2006 en februari 2008 dat hij duurzaam gescheiden leefde van zijn vrouw, waarna de SVB besloot hem vanaf juli 2008 als gehuwd aan te merken en de toeslag te beëindigen.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat hij per juli 2008 duurzaam gescheiden leefde, mede omdat hij stopte met alimentatiebetalingen en de echtelijke samenleving feitelijk was verbroken. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het huwelijk in gemeenschap van goederen en gezamenlijke eigendom van het pand een duurzame verbreking van de echtelijke samenleving uitsloot.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank omdat deze buiten de rechtsgrondslag van het bezwaar was getreden en oordeelt dat het huwelijk in gemeenschap van goederen niet uitsluit dat sprake kan zijn van duurzaam gescheiden leven. Gelet op de feitelijke omstandigheden, waaronder het beëindigen van financiële ondersteuning en het feit dat de echtgenoten naast elkaar wonen zonder gezamenlijke huishouding, is appellant vanaf juli 2008 als ongehuwd aan te merken voor de AOW.
De Raad herroept het besluit van 4 februari 2008 voor zover appellant als gehuwd werd aangemerkt en veroordeelt de SVB in de proceskosten van appellant. Tevens wordt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Appellant wordt vanaf juli 2008 als ongehuwd aangemerkt voor de AOW-toekenning.