ECLI:NL:CRVB:2011:BR1066
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Appellant, geboren in 1941 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in april 2009 een aanvraag in bij verweerder om op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) in aanmerking te komen voor een periodieke uitkering. Verweerder wees de aanvraag af omdat appellant zelf geen vervolging had ondergaan en er geen ziekten of gebreken waren die redelijkerwijs verband hielden met het overlijden van zijn vader ten gevolge van diens vervolging.
Appellant stelde beroep in tegen dit besluit. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het geschil zich toespitst op de vraag of appellant met toepassing van artikel 3, tweede lid, van de Wuv gelijk had moeten worden gesteld met de vervolgde. Verweerder maakte geen gebruik van deze discretionaire bevoegdheid omdat het vereiste verband ontbrak tussen het overlijden van appellants vader en de psychische klachten van appellant.
De Raad baseerde zich op medische adviezen, waaronder een medisch onderzoek door arts D. Gaasbeek, waaruit bleek dat de psychische klachten van appellant werden veroorzaakt door een onrustige jeugd en niet gerelateerd waren aan het overlijden van zijn vader. De Raad vond het bestreden besluit deugdelijk voorbereid en toereikend gemotiveerd en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit wordt gehandhaafd.