ECLI:NL:CRVB:2011:BR1077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering en toeslag ondanks betwisting appellante
Appellante ontving vanaf 2001 een WAO-uitkering en vanaf 2002 een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Na melding van werkzaamheden vanaf januari 2004 heeft het UWV haar uitkering aangepast en later teruggevorderd wegens onverschuldigde betalingen over de periode 2004-2006.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de terugvordering ongegrond en stelde vast dat de besluiten over de uitkering en toeslag onaantastbaar waren geworden. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij tijdig en volledig haar inkomsten had gemeld en dat het UWV onterecht bruto bedragen terugvorderde zonder haar de mogelijkheid te bieden netto terug te betalen. Tevens stelde zij dat er dringende redenen waren om terugvordering te matigen vanwege het sociale minimum inkomen en het trage handelen van het UWV.
De Raad overwoog dat de besluiten inderdaad onaantastbaar zijn en dat het UWV verplicht is tot terugvordering van onverschuldigde bruto bedragen. De door appellante gestelde dringende redenen en tijdige inlichtingenplicht werden niet als voldoende geacht om van terugvordering af te zien. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van onverschuldigde bruto bedragen bevestigd.