ECLI:NL:CRVB:2011:BR1158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen wijziging terugvordering bijstand wegens verzwegen vermogen
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en kreeg bij besluit van 14 november 2006 de bijstand over een periode ingetrokken en teruggevorderd wegens verzwegen vermogen. Het College wijzigde later de terugvorderingsgrond bij brief van 14 februari 2008. Appellante maakte bezwaar tegen deze brief, maar het College verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit was volgens artikel 1:3 Awb Pro.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit van het College ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij wel bezwaar had gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit van 14 november 2006 en dat het College op de hoogte was van haar onvrede. De Raad oordeelde echter dat deze stelling niet relevant was voor de beoordeling van het bezwaar tegen de brief van 14 februari 2008.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer op 5 juli 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.