ECLI:NL:CRVB:2011:BR1242
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C. van Viegen
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen bankrekeningen
Appellante ontving vanaf juni 2004 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een signaal van de Belastingdienst over niet opgegeven banksaldi startte het Samenwerkingsverband Sociale Recherche Groningen een onderzoek. Dit toonde aan dat appellante naast een bekende rekening drie rekeningen bij de SNS bank had met een totaal saldo van ruim €16.500 in juni 2004.
Het College van burgemeester en wethouders van Groningen besloot daarop de bijstand over de periode juni 2004 tot oktober 2005 in te trekken en de kosten van bijstand van €15.689,15 terug te vorderen, omdat appellante in strijd met haar inlichtingenverplichting had gehandeld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het College de interingsnorm van 1,5 maal de bijstandsnorm had moeten toepassen, zoals bij onschuldige schending van de inlichtingenplicht. Zij overwoog ook dat zij was vrijgesproken van valsheid in geschrifte. De Raad overwoog dat het College terecht de volledige terugvordering toepaste omdat appellante redelijkerwijs moest weten dat zij de rekeningen had moeten opgeven. De strafrechtelijke vrijspraak doet hieraan niet af.
De Raad bevestigde het beleid van het College en wees het hoger beroep af. Het verzoek om schadevergoeding wegens wettelijke rente werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand wegens verzwegen bankrekeningen blijft gehandhaafd.