ECLI:NL:CRVB:2011:BU1413
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over fictieve intering bij overschrijding vermogensgrens in bijstand
Betrokkene ontving sinds 2001 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een IB-signaal en navraag bij de Belastingdienst kwam naar voren dat betrokkene over meerdere bank- en girorekeningen beschikte die niet waren gemeld, met saldi boven de vrij te laten vermogensgrens. Appellant, de gemeente Den Helder, vorderde terugbetaling van bijstand over de periode 2001-2007 en trok het recht op bijstand in.
De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit van appellant, omdat appellant niet zonder meer tot volledige intrekking mocht overgaan maar rekening moest houden met een fictieve intering van 1,5 maal de bijstandsnorm bij overschrijding van de vermogensgrens. In hoger beroep betwistte appellant deze factor 1,5 en stelde dat deze alleen geldt bij afstemming van bijstand, niet bij terugwerkende berekening.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet verplicht is een hogere interingsnorm dan eenmaal de bijstandsnorm toe te passen bij terugwerkende berekening van fictieve intering. De uitspraak van de rechtbank wordt daarom vernietigd en appellant dient een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Partijen spraken af samen tot overeenstemming te komen over het nieuwe besluit, mede omdat het opvragen van oudere rekeningafschriften mogelijk kostbaar is voor betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank en bepaalt dat appellant een nieuw besluit op bezwaar moet nemen zonder toepassing van een interingsnorm van 1,5.