ECLI:NL:CRVB:2011:BR1245
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Herstelbesluit langdurigheidstoeslag na onduidelijkheid over productieve arbeid
Appellant diende op 11 juli 2008 een aanvraag in voor langdurigheidstoeslag op grond van artikel 36 van Pro de Wet werk en bijstand (WWB). Het College wees deze aanvraag bij besluit van 26 augustus 2008 af, waarna het bezwaar op 3 december 2008 ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit in haar uitspraak van 11 januari 2010.
In hoger beroep betoogden appellanten dat de inkomsten die appellant ontving uit arbeidsovereenkomsten met SHD geen inkomsten uit arbeid waren omdat appellant nauwelijks productieve arbeid had verricht. De Centrale Raad stelde vast dat appellant drie aansluitende arbeidsovereenkomsten had voor 32 uur per week, in het kader van een gemeentelijk project gericht op arbeidsinschakeling. Volgens de Raad kunnen inkomsten uit dergelijke voorzieningen in principe niet als inkomsten uit arbeid worden aangemerkt, tenzij sprake is van reguliere productieve arbeid.
De Raad oordeelde dat het College onvoldoende had onderbouwd met objectieve en verifieerbare gegevens dat appellant daadwerkelijk reguliere productieve arbeid had verricht. De stelling van het College was gebaseerd op algemene kennis van werkzaamheden bij SHD en niet op concrete feiten over appellant. Hierdoor was het besluit in strijd met de Algemene wet bestuursrecht en moest het worden vernietigd.
De Raad zag geen grond om zelf in de zaak te voorzien of de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Het College werd opgedragen binnen zes weken het bezwaar opnieuw te behandelen, rekening houdend met de overwegingen van de Raad. Deze tussenuitspraak werd op 5 juli 2011 uitgesproken door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het besluit van het College wordt vernietigd en het College wordt opgedragen het bezwaar opnieuw te behandelen.