ECLI:NL:CRVB:2011:BR1367
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorziening tandartskosten wegens ontbreken verband met vervolging
Appellant, een vervolgingsslachtoffer uit de Japanse interneringstijd, vroeg een voorziening voor tandartskosten aan op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Verweerder wees de aanvraag af omdat de parodontale klachten volgens medisch advies een multicausale oorsprong hebben, voornamelijk gerelateerd aan aanleg en leeftijd, en niet aan de vervolging.
De Raad vond geen medische aanwijzingen die het standpunt van verweerder ondermijnen. Er was geen bewijs van een continue lijn van parodontale klachten sinds de oorlogsjaren of jeugdige leeftijd. Ook het argument dat psychische klachten de gebitsproblemen verergeren, was onvoldoende om het vereiste verband met de vervolging aan te nemen.
Verder wees de Raad het beroep af ondanks het verwijzen naar een zuster die wel een voorziening kreeg, omdat gezondheidsgevolgen van oorlogservaringen per individu verschillen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de voorziening voor tandartskosten bevestigd.