ECLI:NL:CRVB:2011:BR1584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- C.W.J. Schoor
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende ernstige vermoeidheidsklachten
Appellant heeft zich op 2 juli 2004 wegens KNO-, long- en hartklachten ziekgemeld en ontving aanvankelijk een WGA-uitkering. Deze werd ingetrokken toen zijn arbeidsongeschiktheid onder de 35% bleek te zijn. Na een melding van toegenomen arbeidsongeschiktheid in 2008 stelde het UWV vast dat appellant geen recht had op een WIA-uitkering omdat de mate van arbeidsongeschiktheid onvoldoende was.
Appellant maakte bezwaar en bracht een rapport van psycholoog Van Harrevelt in, waarin ernstige vermoeidheidsklachten werden gesteld. De bezwaarverzekeringsarts Keus concludeerde echter dat de vermoeidheid niet samenhing met de hart- en KNO-klachten en dat er geen medische noodzaak was voor een urenbeperking, hoewel de FML werd aangepast voor psychische beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de medische gegevens onvoldoende aanknopingspunten bieden voor een urenbeperking. De Raad achtte de functies die aan de schatting ten grondslag liggen medisch geschikt voor appellant en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en appellant heeft geen recht op een WIA-uitkering wegens onvoldoende ernstige vermoeidheidsklachten.