ECLI:NL:CRVB:2011:BR2109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontving bijstand van de gemeente Leidschendam-Voorburg, maar het College stelde dat zij haar hoofdverblijf niet langer in die gemeente had en een gezamenlijke huishouding voerde met haar partner in een andere gemeente. Hierdoor zou zij haar wettelijke inlichtingenplicht hebben geschonden en ten onrechte bijstand hebben ontvangen.
Na onderzoek door sociale recherche en diverse verklaringen besloot het College de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken en terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. Appellante stelde dat de onderzoeksbevindingen onvoldoende waren en dat de zorg voor haar zwaar gehandicapte zoon niet in aanmerking was genomen.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering vanwege de schending van de inlichtingenplicht, maar dat de motivering van het besluit van 26 mei 2009 niet deugdelijk was omdat het uitging van het niet vaststellen van het recht op bijstand in plaats van de schending van de inlichtingenplicht. Daarom vernietigde de Raad dit deel van het besluit, verklaarde het beroep gegrond en liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd wegens een niet deugdelijke motivering, maar de terugvordering blijft in stand.