ECLI:NL:CRVB:2011:BQ7485
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- W.H. Bel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand sinds 1983 en werd verdacht van het aanschaffen van een nieuwe woonwagen zonder dit te melden. Na onderzoek door het Regionaal Opsporingsteam Sociale Recherche (ROTS) en diverse huisbezoeken en verklaringen, besloot het College de bijstand vanaf 1 januari 2002 in te trekken en €77.986,05 terug te vorderen wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de woonwagen eigendom was van haar zoon en dat zij geen melding hoefde te maken. Tevens stelde zij dat het onderzoek onzorgvuldig was. De Raad verwierp dit verweer, onder meer omdat het onderzoek pas in hoger beroep werd aangevoerd en het College zich hier niet op kon voorbereiden.
De Raad oordeelde dat appellante tegenstrijdige informatie had verstrekt op inkomstenformulieren en dat zij verantwoordelijk was voor de juistheid hiervan, ook als deze door een bijstandsconsulente waren ingevuld. Verder kon appellante niet aannemelijk maken dat de woonwagen van haar zoon was, mede gezien haar eerdere verklaringen waarin zij sprak over "mijn woonwagen" en de lening die zij van haar zoon had ontvangen.
De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand over de periode 1 januari 2002 tot en met 15 februari 2008. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.