ECLI:NL:CRVB:2010:BM7618
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en herziening bijstandsuitkering wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder vanaf februari 2003, nadat zij en haar echtgenoot gescheiden van tafel en bed waren. Het College stelde echter vast dat appellante en haar echtgenoot gedurende de periode van 1 december 2004 tot 6 juni 2007 niet duurzaam gescheiden leefden en herzag de bijstand dienovereenkomstig.
De rechtbank vernietigde het besluit van het College, maar liet de rechtsgevolgen in stand op basis van een gezamenlijke huishouding. Appellante stelde in hoger beroep dat zij geen gezamenlijke huishouding voerde. De Raad oordeelde dat appellante en haar echtgenoot weliswaar formeel gescheiden waren, maar feitelijk samenwoonden en zorgden voor elkaar en de kinderen.
De Raad verwierp ook het verweer dat de verklaringen van appellante niet gebruikt mochten worden wegens schending van het recht op bijstand van een raadsman, omdat het hier geen strafrechtelijke procedure betrof. Gezien de feiten en omstandigheden was het College bevoegd de bijstand te herzien en in te trekken. De Raad bevestigde daarom het besluit van het College en de rechtsgevolgen daarvan.
Uitkomst: De intrekking en herziening van de bijstand aan appellante wegens het niet duurzaam gescheiden leven van haar echtgenoot wordt bevestigd.