ECLI:NL:CRVB:2011:BR2237
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten en toekenning voor verhuiskosten na verhuizing
Appellant had bijzondere bijstand aangevraagd voor verhuis- en inrichtingskosten na verhuizing vanwege een ernstig verstoorde relatie met zijn ex-echtgenote en psychiatrische problemen. Het College kende alleen bijzondere bijstand toe voor verhuiskosten en wees de aanvraag voor inrichtingskosten af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat appellant een lening had afgesloten en de kosten als incidentele bestaanskosten uit het bijstandsniveau moesten worden betaald.
In hoger beroep stelde appellant dat de lening geen reden was om bijzondere bijstand te weigeren en dat zijn situatie vergelijkbaar was met mensen die na langdurige detentie of opname opnieuw een woning betrekken. De Raad stelde vast dat de verhuizing voorzienbaar was, appellant de lening had afgesloten en dat zijn situatie niet gelijkgesteld kon worden met langdurige detentie of opname. De Raad oordeelde dat de verhuiskosten en inrichtingskosten incidentele algemeen noodzakelijke kosten zijn die uit het inkomen op bijstandsniveau moeten worden voldaan.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank, maar verklaarde het beroep tegen het besluit van het College ongegrond. De bijzondere bijstand voor verhuiskosten werd terecht toegekend en de afwijzing van bijzondere bijstand voor inrichtingskosten was gegrond. Het College werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de afwijzing van bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt ongegrond verklaard en bijzondere bijstand voor verhuiskosten wordt bevestigd.