ECLI:NL:CRVB:2011:BR2406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen
Appellant, het UWV, had het tijdvak waarin de werkneemster recht heeft op loon tijdens ziekte met 52 weken verlengd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen van de werkgever. De rechtbank Middelburg vernietigde dit besluit en oordeelde dat de werkgever voldoende re-integratie-inspanningen had geleverd en dat het UWV ten onrechte geen bezwaarverzekeringsarts had ingeschakeld.
In hoger beroep betoogde het UWV dat de werkgever verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de arbodienst en dat de psychische problematiek van de werkneemster niet doorslaggevend was. De werkgever stelde dat het niet haar taak was om psychische problemen die vertrouwelijk waren geuit door de werkneemster bij de bedrijfsarts te melden.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht het tijdvak had verlengd vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen, mede omdat na één jaar ziekte geen evaluatie van werkhervatting had plaatsgevonden. De Raad bevestigde dat het UWV ten onrechte geen bezwaarverzekeringsarts had ingeschakeld, maar dit was geen reden voor vernietiging van het besluit. De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.