ECLI:NL:CRVB:2011:BR2707
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- E.J.M. Heijs
- J.M.A. Van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlenging bijstandsuitkering zelfstandige na bedrijfssluiting wegens verbouwing
Appellant, een zelfstandige kapper, ontving bijstand op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz 2004) voor een periode van in totaal 48 maanden, inclusief een verlenging vanwege een verplichte bedrijfssluiting door verbouwing. Na afloop van deze periode verzocht appellant om een verdere verlenging van de uitkering.
Het College wees dit verzoek af omdat appellant reeds de maximale bijstandstermijn had ontvangen en er geen medische of sociale omstandigheden waren die een verlenging rechtvaardigden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad overwoog dat appellant ten tijde van de aanvraag ruim een jaar zijn kapperszaak weer had geopend en dat er geen sprake was van onbeschikbaarheid om het bedrijf uit te oefenen om medische of sociale redenen. Ook het argument dat het College bijstand op grond van de WWB had moeten verlenen, werd verworpen omdat appellant geen rechtsmiddelen tegen de Bbz-bijstandverlening had aangewend.
De Raad concludeerde dat het College niet bevoegd was om de uitkering verder te verlengen en dat de eerdere verlenging niet tot een ander oordeel leidt. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het College de bijstandsuitkering niet verder hoefde te verlengen wegens het ontbreken van medische of sociale redenen.