ECLI:NL:CRVB:2011:BR2740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit College over beëindiging postadres en verblijfadres bij bijstandsuitkering
Appellant ontving bijstand en maakte als adresloze gebruik van een postadres bij zijn advocaat in Groningen. Hij gaf aan per 1 oktober 2009 de camping in B. te moeten verlaten waar hij verbleef. Het College trok daarop de toestemming voor het gebruik van het postadres per die datum in en stelde als voorwaarde dat appellant een geldig verblijfadres en een GBA-inschrijving moest hebben.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit omdat hij nog geen vast adres had. Hij schreef zich op 7 juli 2009 in op een geldig verblijfadres in Groningen, maar wilde zijn bezwaar niet intrekken omdat hij proceskosten vergoed wilde krijgen. Het College verklaarde het bezwaar ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het College terecht de voorwaarden stelde gezien het vervallen van de toestemming voor het postadres en dat appellant zich al had ingeschreven op een geldig adres. Er waren geen redenen om het besluit te vernietigen of de proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het College dat appellant vanaf 1 oktober 2009 een geldig verblijfadres en GBA-inschrijving moest hebben en verklaart het beroep ongegrond.