ECLI:NL:CRVB:2011:BR2750
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing arbeidsverplichtingen op grond van WWB ondanks medische bezwaren
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en vroeg ontheffing van arbeidsverplichtingen vanwege medische en psychische beperkingen. Diverse medische onderzoeken, waaronder door de GGD en Argonaut, concludeerden dat appellant arbeidsgeschikt was met beperkingen en intensieve begeleiding nodig had. Het Dagelijks Bestuur weigerde ontheffing en baseerde zich op een GGD-rapportage uit 2008.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat de advisering onzorgvuldig was en onvoldoende gemotiveerd, mede omdat niet duidelijk was welke informatie van de huisarts was gebruikt. Ook stelde appellant dat artikel 7:9 Awb Pro was geschonden omdat hij niet over een nadere brief van de GGD was gehoord.
De Raad oordeelde dat de advisering door de GGD zorgvuldig was, dat het bestuursorgaan de juiste procedure had gevolgd en dat de brief van de GGD geen nieuw feit of omstandigheid bevatte die een hoorplicht zou doen ontstaan. Er waren geen dringende medische redenen voor ontheffing. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van ontheffing van arbeidsverplichtingen bevestigd.