ECLI:NL:CRVB:2011:BR2758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingen- en medewerkingsplicht
Appellante ontving vanaf mei 2007 bijstand op grond van de WWB als alleenstaande ouder, met opgave van een woonadres in gemeente 1. Naar aanleiding van een tip dat zij bij haar ouders in gemeente 2 verbleef, voerde het College een onderzoek uit met observaties en inlichtingen. Appellante verscheen niet op enkele uitnodigingen voor gesprekken en weigerde medewerking aan een huisbezoek.
Het College schortte de bijstand op en trok deze met terugwerkende kracht in per 4 februari 2008. Tevens werd de bijstand over de periode 11 januari tot 4 februari 2008 ingetrokken en teruggevorderd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat haar gronden onvoldoende waren weerlegd, maar de Raad oordeelde dat zij onvoldoende duidelijkheid had verschaft over haar woonsituatie en haar medewerkingsplicht had geschonden. Observaties toonden aan dat zij vrijwel dagelijks bij haar ouders verbleef, haar kinderen daar onderwijs en kinderopvang genoten, en zij dit ook zelf had verklaard.
De Raad bevestigde dat het College terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd op grond van de relevante WWB-artikelen, en dat de opschorting vanaf 4 februari 2008 buiten beschouwing kon blijven. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd wegens schending van de inlichtingen- en medewerkingsplicht.