ECLI:NL:CRVB:2011:BR3009
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- H.G. Rottier
- Ch. Van Voorst
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter mr. Van den Hurk in bestuursrechtelijke zaak
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. G.A.J. van den Hurk, rechter in een bestuursrechtelijke zaak. Het verzoek was gebaseerd op de stelling dat het UWV verzoeker jarenlang zou hebben bedrogen en dat mr. Van den Hurk daarbij een onfrisse rol zou hebben gespeeld. Verzoeker leverde echter geen feitelijke onderbouwing voor deze beschuldigingen.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een rechter kan worden gewraakt indien feiten of omstandigheden de rechterlijke onpartijdigheid in gevaar brengen of de schijn daarvan wekken. Daarbij geldt de uitgangspunt dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die het tegendeel bewijzen.
De Raad vond geen aanwijzingen voor daadwerkelijke of schijnbare partijdigheid van mr. Van den Hurk. De algemene kritiek op de rechterlijke macht kon niet worden toegerekend aan de individuele rechter en was onvoldoende concreet. Daarom wees de Raad het wrakingsverzoek af en waarschuwde dat een volgend verzoek alleen in behandeling wordt genomen indien nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd.
Verzoeker en mr. Van den Hurk waren in de gelegenheid gesteld zich te laten horen, maar maakten hier geen gebruik van. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2011.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Van den Hurk wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.