ECLI:NL:CRVB:2011:BT6353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding belastingschade wegens te late WW-uitkering
Appellant had een WW-uitkering niet tijdig ontvangen door besluiten van het Landelijk instituut sociale verzekeringen, wat leidde tot een nabetaling en mogelijke belastingschade. Het UWV verzocht appellant om belastingaanslagen over 1997 en 1998 en informatie over het gebruik van fiscale regelingen zoals middeling en de uitsmeerregeling.
Appellant overhandigde aanslagen en verwees naar arresten van de Hoge Raad, maar leverde onvoldoende concrete onderbouwing van de omvang van de belastingschade. Ook bleek niet dat appellant gebruik had gemaakt van fiscale regelingen die de schade konden verminderen. Het UWV vergoedde daarom een bedrag van € 545,-, wat de rechtbank en de Raad als voldoende beschouwden.
In hoger beroep stelde appellant dat hij niet op de zitting mocht verschijnen, wat de Raad verwierp wegens gebrek aan bewijs. De Raad bevestigde dat belastingschade door nabetaling in beginsel voor vergoeding in aanmerking komt, maar dat een concreet en onderbouwd verzoek vereist is. Omdat appellant niet reageerde op een verzoek om nadere gegevens, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd; vergoeding van € 545,- is toereikend.