ECLI:NL:CRVB:2011:BR3073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging betalingsverplichting eigen risicodrager WAO-uitkering zonder schending algemene beginselen
Appellante, als eigen risicodrager, werd door het UWV verplicht tot betaling van een WAO-uitkering aan een voormalige werkneemster die na haar dienstverband arbeidsongeschikt werd verklaard. De rechtbank had dit besluit bevestigd en oordeelde dat de wettelijke voorwaarden van artikel 75a WAO waren nageleefd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, met name het vertrouwensbeginsel, had geschonden omdat de werkneemster bij het einde van haar dienstverband niet arbeidsongeschikt was en niet op de lijst van eigen risicodrager stond. De Raad oordeelde dat dergelijke bezwaren pas in een latere fase van verhaal aan de orde kunnen komen en dat er geen uitzonderingsgevallen waren die de betalingsverplichting zouden opheffen.
De Raad concludeerde dat het beroep ongegrond is en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. De wettelijke vereisten voor toepassing van artikel 75a WAO zijn nageleefd en er zijn geen foutieve vaststellingen gedaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de betalingsverplichting van appellante als eigen risicodrager wordt bevestigd.