ECLI:NL:CRVB:2011:BR3078
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende medewerking aan onderzoek woon- en leefsituatie
Appellant diende op 1 september 2008 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na huisbezoeken op 22 en 23 september 2008 ontstonden twijfels over zijn hoofdverblijf en de verblijfsduur van een medebewoner. Appellant werd opgeroepen om nadere inlichtingen te verstrekken, maar verscheen niet op de afspraken van 29 september en 1 oktober 2008.
Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af wegens onvoldoende medewerking, een besluit dat ook in bezwaar werd bevestigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden en dat het College terecht de aanvraag had afgewezen op grond van artikel 11 en Pro 17 WWB.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank onvoldoende had gemotiveerd en dat hij de oproepingsbrieven niet had ontvangen. De Raad oordeelde dat de rechtbank voldoende had gemotiveerd en dat het rapport van bevindingen aannemelijk maakte dat de brieven waren bezorgd. Door niet te verschijnen en geen nadere inlichtingen te verstrekken, had appellant onvoldoende medewerking verleend, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden vonnis en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag bijstand wordt afgewezen wegens onvoldoende medewerking aan het onderzoek naar de woonsituatie.