ECLI:NL:CRVB:2011:BR3155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K.J. Kraan
- A.J. Schaap
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding pensioennadeel burgemeester na 65 jaar niet onrechtmatig
Appellant, voormalig burgemeester, had na het bereiken van 65 jaar doorgewerkt en vroeg de minister om compensatie voor het pensioennadeel dat hierdoor ontstond. De minister wees dit verzoek af, wat leidde tot bezwaar en een procedure bij de rechtbank, die het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. In hoger beroep oordeelt de Raad dat de minister wel het bevoegde bestuursorgaan was om op het verzoek te beslissen en dat bezwaar en beroep openstaan tegen een dergelijke beslissing.
De Raad onderzoekt vervolgens de inhoudelijke gronden van het verzoek. Hoewel appellant diverse wettelijke bepalingen aanvoert als grondslag voor vergoeding, vindt de Raad geen wettelijke plicht voor de minister om het pensioennadeel te compenseren. Ook is er geen sprake van onrechtmatig handelen of gewekt vertrouwen bij appellant. De Raad merkt op dat de pensioenregeling en FPU-regeling buiten de invloedsfeer van de minister als werkgever vallen.
De stelling van appellant dat sprake is van verboden leeftijdsdiscriminatie wordt door de Raad niet inhoudelijk beoordeeld, omdat dit buiten zijn rechtsmacht valt. Uiteindelijk verklaart de Raad het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, maar verklaart het bezwaar tegen de afwijzing van de vergoeding ongegrond. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Raad verklaart het beroep gegrond maar oordeelt dat de minister niet onrechtmatig heeft gehandeld en verklaart het bezwaar tegen de afwijzing van de vergoeding ongegrond.