ECLI:NL:CRVB:2009:BK4789
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Geen compensatie voor rechters doorwerken na 65e jaar; bezwaar niet-ontvankelijk verklaard
Appellanten, rechterlijke ambtenaren, verzochten de minister van Justitie om compensatie voor het zogenoemde Vendrik-effect, de nadelige pensioenconsequenties van doorwerken na 64 jaar en elf maanden. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) verklaarde het bezwaar tegen haar eerdere besluit niet-ontvankelijk, stellende dat zij niet bevoegd is individuele pensioenaanvragen buiten het overlegmodel te behandelen.
De Raad oordeelt dat het primaire besluit van de minister van BZK juist is genomen binnen haar coördinerende rol voor overheidspensioenen, maar dat de minister van Justitie of de betrokken gerechtsbesturen wel bevoegd zijn om individuele verzoeken op grond van artikel 46 Wet Pro rechtspositie rechterlijke ambtenaren te behandelen. De Raad stelt vast dat appellanten terecht bezwaar maakten tegen een besluit dat mede aan de minister van Justitie kan worden toegerekend.
De Raad bevestigt dat de weigering van de minister van BZK om een algemeen verbindend voorschrift te treffen en de weigering een privaatrechtelijke rechtshandeling te verrichten niet-ontvankelijk zijn voor bezwaar en beroep. De beroepen worden ongegrond verklaard, maar de minister van BZK wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellanten wegens verleende rechtsbijstand.
De uitspraak benadrukt de scheiding van bevoegdheden tussen ministeries en gerechtsbesturen in pensioenkwesties en bevestigt het belang van het overlegmodel bij pensioenaanpassingen voor rechterlijke ambtenaren.
Uitkomst: Het bezwaar van appellanten tegen het besluit van de minister van BZK wordt niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen worden ongegrond verklaard.