ECLI:NL:CRVB:2011:BR3300

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/4012 WWB + 09/4068 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 WWB
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing bijzondere bijstand voor verhuiskosten wegens niet-verhuizing

Appellanten hebben afzonderlijk een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) voor verhuiskosten. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam wees deze aanvragen af op basis van artikel 35, eerste lid, WWB. De rechtbank Groningen verklaarde het beroep van appellant ongegrond en vernietigde het besluit voor appellante, maar liet de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.

In hoger beroep betoogden appellanten dat de afwijzing onterecht was, waarbij appellante zich verzette tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen. De Raad stelde vast dat appellanten tot op het moment van de procedure niet waren verhuisd en dat de kosten waarvoor bijzondere bijstand werd gevraagd zich derhalve niet hadden voorgedaan. Tevens ontbrak een concreet verhuisvoornemen.

De Raad oordeelde dat aan de voorwaarden van artikel 35 WWB Pro niet was voldaan en bevestigde daarom de aangevallen uitspraak met verbetering van gronden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De aanvragen om bijzondere bijstand voor verhuiskosten werden definitief afgewezen.

Uitkomst: De aanvragen om bijzondere bijstand voor verhuiskosten worden afgewezen omdat appellanten niet zijn verhuisd en geen concreet verhuisvoornemen hadden.

Uitspraak

09/4012 WWB
09/4068 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op de hoger beroepen van:
[Appellant] en [Appellante], beiden wonende te [woonplaats] (hierna: appellanten),
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 9 juni 2009, 09/78 en 09/79 (hierna: aangevallen uitspraak),
in de gedingen tussen:
appellanten
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam (hierna: College)
Datum uitspraak: 26 juli 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellanten heeft mr. B. van Dijk, advocaat te Groningen, hoger beroepen ingesteld en een nader stuk ingezonden.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 5 juli 2011, waar partijen - appellanten met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in deze gedingen van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellanten hebben, ieder voor zich, een aanvraag om bijzondere bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB) ingediend voor verhuiskosten. Bij afzonderlijke besluiten van 29 juli 2008, na bezwaar gehandhaafd bij besluiten van 11 december 2008, heeft het College deze aanvragen afgewezen onder verwijzing naar artikel 35, eerste lid, van de WWB.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het aan hem gerichte besluit van 11 december 2008 ongegrond verklaard. Bij deze uitspraak heeft de rechtbank, met bepalingen over proceskosten en griffierecht, het beroep van appellante tegen het aan haar gerichte besluit van 11 december 2008 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten.
3. Appellanten hebben zich in hoger beroep gemotiveerd tegen de aangevallen uitspraak gekeerd, appellante voor zover de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand zijn gelaten.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling, waarbij voor de tekst van artikel 35, eerste lid, van de WWB wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak.
4.1. De Raad is van oordeel dat bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de WWB eerst beoordeeld dient te worden of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de alleenstaande of het gezin noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
4.2. De Raad stelt vast dat appellanten tot op heden niet zijn verhuisd en dat de kosten waarvoor appellanten bijzondere bijstand hebben gevraagd zich dus in ieder geval ten tijde hier van belang niet hebben voorgedaan. Uit de gedingstukken blijkt niet anders dan dat destijds sprake was van een - niet nader geconcretiseerd voornemen - om naar elders te verhuizen. Reeds om die reden hebben appellanten geen recht op bijzondere bijstand voor verhuiskosten. De hoger beroepen slagen dan ook niet.
4.3. Nu de rechtbank hetgeen onder 4.2 is overwogen niet heeft onderkend, zal de Raad de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, bevestigen met verbetering van gronden.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen als voorzitter en W.F. Claessens en N.M. van Waterschoot als leden, in tegenwoordigheid van N.M. van Gorkum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 juli 2011.
(get.) C. van Viegen.
(get.) N.M. van Gorkum.
IJ