ECLI:NL:CRVB:2011:BR3553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onvoldoende re-integratie-inspanningen en afwijzing loonsanctie bezwaar
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die een loonsanctie wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen vernietigde. De werkgever had het recht op loon tijdens ziekte met 52 weken verlengd omdat de re-integratie-inspanningen in het eerste spoor onvoldoende waren.
De Raad toetste of de werkgever terecht had vastgesteld dat de werkgever onvoldoende activiteiten had ontplooid om de werkneemster te laten terugkeren in haar functie. De werkneemster werkte voor haar uitval 16,5 uur per week en slechts 4 uur per week sinds begin 2008. De bedrijfsarts had zonder deugdelijke medische onderbouwing gesteld dat uitbreiding niet mogelijk was, maar de Raad vond dat de werkgever onvoldoende had gereageerd op klachten over klimatologische omstandigheden en passende arbeid had moeten zoeken.
De Raad concludeerde dat de werkgever terecht had geoordeeld dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren en dat er geen grond was voor een arbeidskundig onderzoek naar de werkplek. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de werkgever ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van UWV wordt ongegrond verklaard en de loonsanctie blijft gehandhaafd.