ECLI:NL:CRVB:2011:BR3607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet tijdig indienen gronden
Appellante, moeder van een minderjarige, maakte bezwaar tegen een indicatiebesluit van Bureau Jeugdzorg waarin haar ex-partner was aangewezen op jeugdzorg. Het bezwaar werd ingediend zonder de gronden te specificeren, waarna Bureau Jeugdzorg appellante de kans gaf deze binnen vier weken aan te vullen. Appellante deed dit niet binnen de gestelde termijn, waarna het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard.
De kinderrechter als bestuursrechter verklaarde het beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring ongegrond. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad bevestigde de bevoegdheid om kennis te nemen van het hoger beroep en oordeelde dat Bureau Jeugdzorg terecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard omdat appellante niet binnen de gestelde termijn de gronden had ingediend.
De Raad wees erop dat de Awb vereist dat een bezwaarschrift de gronden bevat en dat bij het ontbreken daarvan het bezwaar niet-ontvankelijk kan worden verklaard mits de indiener de gelegenheid krijgt het verzuim te herstellen. Bureau Jeugdzorg had appellante deze gelegenheid geboden en gewaarschuwd voor de consequenties. De Raad vond geen reden om te oordelen dat een aanvullende termijn had moeten worden gegeven. Het hoger beroep werd daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.