ECLI:NL:CRVB:2011:BR3784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Ongewijzigde voortzetting WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Betrokkene maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering voort te zetten met een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna het UWV in hoger beroep ging. De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige psychiater Koerselman, die concludeerde dat betrokkene beperkingen heeft door een persoonlijkheidsstoornis en Asperger, maar dat de belastbaarheid in de aan hem voorgehouden functies passend is.
Het geschil betrof met name de arbeidskundige onderbouwing van de functies die het UWV aan betrokkene voorhield. De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat betrokkene duidelijk had kunnen zijn dat hij geschikt was voor de bijgeduide functies, mede gezien de verslechtering van zijn psychische gezondheidstoestand. Hierdoor ontbrak het aan een zorgvuldige voorbereiding en een draagkrachtige motivering van het besluit.
De Raad droeg het UWV op binnen acht weken het gebrek in het besluit te herstellen door nader arbeidskundig onderzoek te verrichten en op basis daarvan te beoordelen of de voortzetting van de WAO-uitkering gehandhaafd kan blijven. Hiermee werd het beroep van betrokkene deels gehonoreerd en het besluit van het UWV bekritiseerd op procedurele gronden.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen nader arbeidskundig onderzoek te verrichten en het besluit over de voortzetting van de WAO-uitkering te herzien.