ECLI:NL:CRVB:2011:BR4020
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indicatie ondersteunende begeleiding voor jeugdige met PDD-NOS
Appellante, moeder van een jeugdige met PDD-NOS, betwistte de door Bureau Jeugdzorg (BJZ) vastgestelde indicatie voor ondersteunende begeleiding. Zij stelde dat het onderzoek naar de zorgbehoefte onzorgvuldig was en dat meer uren begeleiding nodig waren.
De rechtbank had het beroep tegen het besluit van BJZ gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat BJZ zorgvuldig en integraal onderzoek heeft gedaan, waarbij onder meer dossieronderzoek en overleg met een kinder- en jeugdpsychiater zijn betrokken. De Raad oordeelt dat de indicatie voor ondersteunende begeleiding passend is en dat appellante onvoldoende concrete gegevens heeft aangeleverd om het tegendeel te bewijzen.
Ook het argument dat vanwege het eenoudergezin minder gebruikelijke zorg mag worden verwacht, wordt verworpen. De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de indicatie voor ondersteunende begeleiding wordt bevestigd.