ECLI:NL:CRVB:2011:BR4133
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- H. Bolt
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsperiode en detentie
Appellant heeft op 29 oktober 2008 een WW-uitkering aangevraagd, maar het UWV wees dit af omdat appellant in de 36 weken voorafgaand aan 1 september 2008 niet aan de vereiste 26 gewerkte weken voldeed. Appellant maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellant niet voldeed aan de voorverlengingsvoorwaarden van artikel 17a WW.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn detentie en opname in het kader van TBS uitsluitend het gevolg waren van ziekte of arbeidsongeschiktheid, waardoor hij toch aanspraak zou kunnen maken op de WW-uitkering. De Raad oordeelde dat detentie en opname niet uitsluitend het gevolg waren van ziekte of arbeidsongeschiktheid, zodat artikel 17a WW niet van toepassing is.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep van appellant af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd aan het UWV. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 augustus 2011.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op WW-uitkering omdat hij niet voldoet aan de arbeidsverledeneis en detentie niet uitsluitend het gevolg was van ziekte of arbeidsongeschiktheid.