ECLI:NL:CRVB:2011:BR4218
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, sinds 1990 werkzaam als dierenverzorgster, kreeg vanaf 1996 een WAO-uitkering toegekend wegens arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na herbeoordelingen in 2008 en 2009 stelde een verzekeringsarts beperkingen vast en selecteerde een arbeidsdeskundige passende functies, waaruit bleek dat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt was. Op grond hiervan werd haar WAO-uitkering per 9 juni 2009 ingetrokken.
Appellante voerde bezwaar aan met medische verklaringen van haar huisarts en fysiotherapeut-acupuncturist, die echter geen objectieve medische onderbouwing boden. Het UWV handhaafde het besluit en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep werden dezelfde gronden herhaald.
De Raad oordeelt dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en goed gemotiveerd zijn. De klachten van appellante zijn meegenomen, maar onvoldoende onderbouwd om een hogere mate van arbeidsongeschiktheid aan te nemen. Ook het ontbreken van affiniteit met een functie is geen reden om die functie als ongeschikt te beschouwen. De Raad bevestigt daarom het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.