ECLI:NL:CRVB:2011:BR4220
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding in AOW-zaak
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) waarin haar aanvraag voor AOW-pensioen werd afgewezen omdat zij niet verzekerd was geweest. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn. Appellante gaf als reden op dat zij op vakantie was in Frankrijk en daardoor niet tijdig beroep kon instellen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het beroepschrift pas op 2 juli 2010 was ingediend, terwijl de termijn op 29 juni 2010 eindigde. Volgens vaste jurisprudentie dient een betrokkene die langere tijd afwezig is adequate maatregelen te treffen om tijdig beroep in te stellen. Het niet treffen van een postregeling tijdens vakantie is voor eigen rekening en risico. De Raad achtte de termijnoverschrijding niet verschoonbaar en kon daarom niet inhoudelijk op het beroep ingaan.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk. Er waren geen gronden aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd gedaan door rechter E.E.V. Lenos op 5 augustus 2011.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet verschoonbare termijnoverschrijding.