ECLI:NL:CRVB:2011:BR4228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J. Brand
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen en juiste functiewaardering
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, meldde zich ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde vast dat zij geen recht had op een WIA-uitkering vanaf 19 augustus 2008. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat de medische beoordeling en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) adequaat waren en dat de beperkingen van appellante correct waren vastgesteld.
Appellante voerde aan dat de bezwaarverzekeringsarts onvoldoende onderzoek had gedaan en dat haar beperkingen niet juist waren weergegeven in de FML. Ook bestreed zij de beoordeling van haar opleidingsniveau en de aan de schatting ten grondslag gelegde functies. De Raad oordeelde echter dat de medische gronden en de arbeidskundige beoordeling zorgvuldig waren gemotiveerd en dat het opleidingsniveau van appellante gelijkgesteld kon worden aan VMBO-niveau.
De Raad verwierp de bezwaren tegen de hoogte van het maatmanloon en de functiewaardering, waarbij werd vastgesteld dat een lager arbeidsongeschiktheidspercentage na bezwaar geen verslechtering van de positie van appellante betekende. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering wordt bevestigd.