ECLI:NL:CRVB:2011:BR4265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J. Brand
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing uitkering WIA wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als schoonmaakster, viel op 16 augustus 2006 uit wegens diverse klachten. Het UWV stelde bij besluit van 17 februari 2009 vast dat haar arbeidsongeschiktheid per 13 augustus 2008 minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op een WIA-uitkering bestond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen, waaronder pijnklachten, spataderen, krachtsverlies, hoge bloeddruk en psychische klachten, onvoldoende in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) waren verwerkt. Ook stelde zij dat zij niet in staat was om functies zoals barbediende te vervullen vanwege mogelijke conflicten met klanten.
De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, met inbreng van diverse specialisten. De door appellante genoemde klachten waren niet onderbouwd met medische gegevens en waren niet gemeld tijdens eerdere anamnese. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de FML van 3 juli 2008 en oordeelde dat de functies passend waren. De klacht over conflicthantering in de barbedienenfunctie werd verworpen op grond van vaste jurisprudentie en deskundigenrapporten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de WIA-uitkering wordt bevestigd.