ECLI:NL:CRVB:2011:BR4299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening kinderbijslag en terugvordering na verhuizing naar Servië
Appellant ontving kinderbijslag voor zijn kinderen die sinds mei 2003 in Servië verblijven bij hun grootouders. Na een onderzoek van de Sociale verzekeringsbank (Svb) en het uitblijven van reactie op verzoeken om informatie, werd de kinderbijslag vanaf het derde kwartaal 2006 geschorst en later herzien over de periode van het derde kwartaal 2003 tot en met het tweede kwartaal 2006. Appellant was uitgeschreven uit de Gemeentelijke basisadministratie en had niet tijdig zijn verhuizing doorgegeven.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de schorsing niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding en wees het beroep tegen de herziening en terugvordering af. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn geestelijke stoornis hem verhinderde tijdig te reageren en dat hij zijn kinderen wel degelijk financieel ondersteunde via derden.
De Raad oordeelde dat de verzending van het besluit naar het laatst bekende adres als bekendmaking geldt en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij buiten staat was bezwaar in te dienen. Ook was onvoldoende bewijs geleverd van belangrijke mate van onderhoud van de kinderen. Het beleid van de Svb om besluiten met terugwerkende kracht te herzien werd als consistent beoordeeld. De terugvordering en boete werden als rechtmatig bevestigd.
Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraken werden bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van kinderbijslag, terugvordering en boete; het hoger beroep wordt afgewezen.