ECLI:NL:CRVB:2010:BN2197
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering met terugwerkende kracht ondanks beroep op rechtszekerheid en vertrouwensbeginsel
Appellante, een sociaal psychiatrisch verpleegkundige, ontving sinds 2000 een WAO-uitkering wegens gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Zij meldde in 2003 een baanwissel waarbij zij meer verdiende. Het UWV herzag daarop haar uitkering en trok deze met terugwerkende kracht in per 1 september 2003.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat zij redelijkerwijs had moeten beseffen dat haar hogere inkomsten invloed zouden hebben op haar uitkering. Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat geen toezeggingen waren gedaan die een dergelijk vertrouwen konden rechtvaardigen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad stelde dat artikel 36a van de WAO het UWV bevoegd maakt tot intrekking met terugwerkende kracht en dat het beleidskader van het UWV als buitenwettelijk begunstigend beleid terughoudend wordt getoetst. De Raad vond geen aanwijzingen dat het UWV dit beleid niet consistent had toegepast. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat geen rechtens relevante toezeggingen waren gedaan.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2003.