ECLI:NL:CRVB:2011:BR4577
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- A.J. Schaap
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning en uitkering burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken nieuwe feiten over oorlogsinvaliditeit
Appellant, geboren in 1928, verzocht meerdere malen om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en toekenning van een periodieke uitkering op grond van rugklachten die hij toeschrijft aan zijn oorlogservaringen in Nederlands-Indië. Verweerder wees deze verzoeken af omdat de rugklachten niet in verband stonden met de oorlogsomstandigheden en appellant niet was gestopt met werken vanwege oorlogsinvaliditeit.
Na eerdere afwijzingen en een eerdere uitspraak van de Raad in 2002, waarin werd vastgesteld dat appellant geen nieuwe feiten had aangevoerd, diende appellant opnieuw een verzoek in met een MRI-scan uit 2009 als nieuw bewijs. Verweerder handhaafde het eerdere besluit omdat appellant geen nieuwe feiten had aangedragen die het eerdere besluit in een ander licht zouden plaatsen.
De Raad overwoog dat appellant in 1992 stopte met werken vanwege het ontbreken van werk en zijn wens niet meer naar het buitenland te gaan, niet vanwege psychische of rugklachten gerelateerd aan oorlogsinvaliditeit. De medische beoordeling concludeerde dat de rugklachten degeneratief van aard waren en niet het gevolg van traumatische oorlogsletsels.
Gelet op het ontbreken van nieuwe feiten die het eerdere besluit zouden kunnen wijzigen, verklaarde de Raad het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van erkenning en periodieke uitkering wordt gehandhaafd.