ECLI:NL:CRVB:2011:BR4654
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- A.J. Schaap
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen vaststelling grondslag uitkering wegens parttime beroepsuitoefening
Appellante, een tweede generatie oorlogsslachtoffer, heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank waarin de grondslag voor haar periodieke uitkering werd vastgesteld op basis van een parttime beroepsuitoefening als zelfstandig fysiotherapeut. Zij stelde dat de vermindering van haar werkuren een direct gevolg was van haar causale psychische en huidklachten en dat de grondslag daarom op een fulltime beroepsuitoefening moest worden vastgesteld.
De Raad overwoog dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat er een duidelijke vermindering van haar werkzaamheden heeft plaatsgevonden. Hoewel zij in 1996 minder verdiende dan in 1995, hing dit samen met haar verhuizing naar Nederland en niet met haar klachten. Het inkomen in 1995 wees ook al op een parttime beroepsuitoefening. Verder wees een advies van MKB Adviseurs en de door appellante verstrekte inkomstengegevens uit dat de omvang van haar werkzaamheden niet meer dan 50% bedroeg.
De Raad concludeerde dat de grondslag terecht op basis van parttime beroepsuitoefening was vastgesteld en dat de door appellante aangevoerde gronden geen doel troffen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van de grondslag voor haar periodieke uitkering wordt ongegrond verklaard.