ECLI:NL:CRVB:2011:BR4673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens ontbreken arbeidsurenverlies en geen toezegging
Appellant was sinds 1 november 1998 werkzaam bij een werkgever en kreeg zijn arbeidsovereenkomst ontbonden per 1 oktober 2009. Vanaf 1 december 2009 trad hij in dienst bij een andere werkgever voor 40 uur per week. Het UWV weigerde hem een WW-uitkering toe te kennen omdat hij geen arbeidsurenverlies had geleden en dus niet werkloos was in de zin van de WW.
De rechtbank oordeelde dat appellant niet voldeed aan het werkloosheidscriterium en dat er geen sprake was van een toezegging die hem recht gaf op WW ondanks werk. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hem door een werkcoach was verzekerd dat het aannemen van de nieuwe baan zijn WW-rechten niet zou aantasten.
De Raad stelde vast dat er geen uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging was gedaan door het UWV of de werkcoach. Verklaringen van de werkcoach en beslisser bevestigden dat dergelijke toezeggingen niet zijn gedaan. Er was dus geen rechtsgeldig vertrouwen gewekt waarop appellant zich kon beroepen.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Tevens wees de Raad het verzoek tot schadevergoeding af en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering omdat appellant geen arbeidsurenverlies leed en geen rechtsgeldige toezegging is gedaan.