ECLI:NL:CRVB:2011:BR4776
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlies recht op ziekengeld na herstel en medische beoordeling
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om per 5 november 2007 het recht op ziekengeld te beëindigen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad stelde vast dat appellant geen nieuwe medische gegevens had overgelegd die twijfel konden zaaien over de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts. Uit de medische stukken bleek dat appellant op de datum in kwestie voldoende was hersteld van een ongeval op 1 juli 2007 om arbeid te verrichten in een van de geselecteerde functies. Daarnaast waren zijn psychische klachten niet ernstig genoeg om arbeidshandicap te rechtvaardigen.
Verder oordeelde de Raad dat het combineren van een hoorzitting met een medisch onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts niet in strijd is met de wettelijke hoorplicht, mits de procedure duidelijk is voor alle betrokkenen. Appellant was schriftelijk uitgenodigd en geïnformeerd over de mogelijkheid van een medisch onderzoek tijdens of na de hoorzitting.
Ten slotte overwoog de Raad dat het UWV niet verplicht was appellant opnieuw te horen, omdat reeds eerder gelegenheid was gegeven om bezwaren mondeling toe te lichten en er geen nieuwe feiten of gegevens waren die een herhaling van de bezwaren konden rechtvaardigen. De Raad vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld wordt per 5 november 2007 beëindigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.