ECLI:NL:CRVB:2011:BR4803
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Herziening studiefinanciering buiten termijn met behoud rechtsgevolgen
Appellant had studiefinanciering aangevraagd voor een basisberoepsopleiding met ingang van oktober 2006. Na een inschrijvingscontrole werd de toekenning herzien, waarbij de Minister aanvankelijk studiefinanciering over augustus en september 2006 toekende, maar later dit weer introk en een bedrag van €728,24 terugvorderde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd aangenomen dat de Minister terecht op grond van artikel 7.1, tweede lid, onder c van de Wsf 2000 het besluit had herzien. In hoger beroep stelde appellant dat de herziening niet binnen de vereiste termijn van 18 maanden na afloop van het studiefinancieringstijdvak had plaatsgevonden, waardoor de herziening onrechtmatig was.
De Minister erkende dat de herziening niet binnen die termijn was gedaan, maar stelde dat herziening op grond van artikel 7.1, tweede lid, onder a van de Wsf 2000 mogelijk was binnen vijf jaar na het studiefinancieringstijdvak. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit berustte op een onjuiste wettelijke grondslag en vernietigde het, maar stelde dat de rechtsgevolgen in stand konden blijven omdat appellant redelijkerwijs had kunnen weten dat de toekenning over augustus en september 2006 onjuist was.
De Raad veroordeelde de Minister in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 29 juli 2011.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onjuiste grondslag, maar de rechtsgevolgen blijven in stand omdat de Minister bevoegd was tot herziening op een andere grondslag.