ECLI:NL:CRVB:2011:BR4940
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K. Zeilemaker
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving sinds 1988 bijstand als alleenstaande. In 2008 besloot het College de bijstand met terugwerkende kracht vanaf 1997 in te trekken en de kosten terug te vorderen, omdat zij een gezamenlijke huishouding voerde met [S.]. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit in hoger beroep.
De Raad stelde vast dat appellante en [S.] vanaf 5 juni 1997 samenwoonden en zorg droegen voor elkaar, zoals gezamenlijk koken, betalen van rekeningen en financiële ondersteuning. Dit overschreed de grenzen van een zakelijke relatie. Het vertrouwensbeginsel werd niet geschonden, ook al was bij een huisbezoek in 2005 geen gezamenlijke huishouding geconstateerd, omdat appellante zich toen als alleenstaande presenteerde.
Appellante had haar inlichtingenplicht geschonden door de gezamenlijke huishouding niet te melden, waardoor het College bevoegd was de bijstand in te trekken en de kosten terug te vorderen. De Raad vond geen gronden om het besluit te vernietigen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.